Rieppeleon brevicaudatus

Rieppeleon brevicaudatus

Algemeen
De Rieppeleon brevicaudatus is een kleine kameleonsoort. Deze dwergen worden dan ook maar 6 tot 8 cm groot. Met zijn bladachtige uiterlijk gaat deze kameleon helemaal op in zijn omgeving en is daarom moeilijk te vinden in een mooi ingericht terrarium. Op hun kin hebben ze één of twee puntige uitsteeksels. Ze hebben in verhouding met de meeste kameleons een zeer korte staart die bij de mannen aan de staartbasis zichtbaar verdikt is door de hemipenis. De vrouwtjes zijn meestal wat groter dan de mannetjes. De levensverwachting van deze dieren is ongeveer 4 jaar. Deze soort is zeer sociaal tegenover elkaar, alleen de mannetjes willen tegen elkaar nog weleens dominantie vertonen. Het samenhouden van een mannetje met meerdere vrouwtjes geeft over het algemeen geen problemen, mits het terrarium voldoende groot is en van schuilmogelijkheden is voorzien.

Herkomst
De Rieppeleon brevicaudatus komt voor in de regenwouden van Oost-Afrika, Tanzania en Kenia. Ze leven daar in bergstreken op de bodem of in het struikgewas.

Biotoop
De dieren bewonen de schaduwrijke bodem en struiken op een hoogte van 0 tot 1300 meter boven de zeespiegel. De dagtemperatuur ligt zomers rond de 27 graden en ’s nachts is de temperatuur zo’n 18 tot 20 graden. In de winter is de dagtemperatuur ongeveer 25 graden en de nachttemperatuur 16 tot 17 graden. De daglengte is zowel in de zomers als in de winters 12 uur, omdat het land van herkomst zo dicht bij de equator ligt.

Verzorging
De dieren kunnen als koppel gehuisvest worden in een klein, goed beplant terrarium van 40 cm l x 40 cm b x 40 cm h met voldoende ventilatie. Als bodem moet een ongeveer 7 cm dikke laag met een mengsel van speelzand en potgrond gebruikt worden, dit wordt bedekt met mos en bladeren. Verder is het belangrijk het terrarium dicht te beplanten zodat de dieren elkaar ook kunnen ontlopen. Onder andere de ficus benjamina en ficus pimula kunnen hiervoor gebruikt worden. Daarnaast moeten er voldoende dunne takjes en twijgjes aanwezig zijn waar de dieren goed in kunnen klimmen.

De dagtemperatuur mag tussen de 23 en 27 graden liggen en ’s nachts moet het licht afkoelen. Bij temperaturen boven de 30 graden zullen de dieren al snel overlijden, daarom is het houden van deze soort in de zomer over het algemeen lastig. Het gebruik van een warmtespotje is in de zomer vaak alleen ’s morgens nodig om het terrarium licht te verwarmen. Deze soort heeft weinig behoefte aan uv, hiervoor kunnen nieuwe 2.0 of oude 5.0 buizen gebruikt worden. Er moet 2 tot 3 keer per dag flink gesproeid worden om de dieren de gelegenheid te geven de druppels van de bladeren te drinken, maar ook om een luchtvochtigheid van ongeveer 70% te bereiken. Als voedsel kan men o.a. kleine krekels, vliegjes, pissebedden en wasmotlarven voeren. Het is belangrijk dat deze voedseldieren niet te groot zijn en voldoende bepoedert worden met vitaminen en mineralen.

Kweek
Deze dieren worden meestal als stel of groepje met één man gehouden, daarom vind er vanzelf een dekking plaats. Vaak is het noodzakelijk het vrouwtje na een dekking te scheiden van de rest van de dieren omdat de stress anders voor problemen kan zorgen. Na 30 tot 35 dagen legt het vrouwtje tussen de 3 en de 6 eitjes af. De vrouwtjes begraven de eitjes op ongeveer 5 cm diepte in de bodem. De eitjes kunnen in het terrarium uitgebroed worden, maar ze kunnen ook in een broedstoof geplaatst worden in vochtig vermiculiet. Bij een temperatuur van 23 tot 26 graden worden de jongen na zo’n 70 tot 85 dagen geboren. De jongen zijn dan tussen de 1,5 en 2,5 cm groot en moeten gevoed worden met zeer kleine voedseldieren zoals springstaartjes, stofkrekels en kleine fruitvliegjes die bepoederd zijn met vitaminen en mineralen.

Wetgeving
Deze soort heeft geen wettelijke bescherming, er is dus geen overdrachtsverklaring nodig.