Moriowormen

Moriowormen

Niet alle kameleons zijn er van gediend de ene eet ze graag de andere kijkt er niet naar om. Toch is het een geschikt voederdier, ze zijn lang houdbaar en makkelijk te voeren, ze springen de bak niet uit en zijn in een klein schaaltje of bakje prima te voeren aan je kameleon.

De morioworm is niet echt een worm maar de larve van de moriokever, de Latijnse naam is “Zophobas morio” uit de familie van de zwartlijven “Tenebrionidae” net als de meelworm waar hij uiterlijk ook wel enige gelijkenis mee vertoont. Ze worden ook wel reuze meelwormen of superworm genoemd echter is het toch een ander soort, de morioworm is dan ook aanzienlijk groter hij kan wel tot 5 cm groot worden net voor het verpoppen.

Zoophobia is het Engelse word voor dierenvrees. De wetenschappelijke naam van de morioworm Zophobas lijkt daar nogal op. Zou dat toeval zijn? Voor mensen met een beetje insectenvrees zijn deze grote larven bepaald huiveringwekkend. Ze kunnen met hun zes korte pootjes verrassend snel kruipen en hebben een erg glad lijf. Ze leven in de natuur (in tropisch Zuid-Amerika) in rottend hout, maar zijn zeer weinig kieskeurig wat betreft hun dieet. Ze eten in kweek vrijwel alles, bijvoorbeeld hondenbrokken of havermoutvlokken, fruit groente vooral wortel is zeer geschikt.

Koel (d.w.z. bij kamertemperatuur maar het liefst rond de 15 graden) bewaard kunnen ze zeer lang (ca. een jaar) worden gehouden zonder zich te verpoppen. Voor groei en kweek moeten ze bij temperaturen tussen 25 en 30 graden worden gehouden, De vochtigheid moet voldoende hoog zijn, anders gaan ze elkaar opeten voor het vocht. Een stukje appel kan hierin voorzien. Als de larve klaar is om te verpoppen, eet hij zich een tunnel in een stronk vermolmd hout, of indien ze toch mochten ontsnappen in je terrarium in de kurkwand of piepschuim van de achterwand en verpopt, om een week of 2-3 later uit te komen. De ontwikkelingsnelheid is sterk afhankelijk van de temperatuur. De pop is van het exarate type waarbij o.a de pootjes buiten het lichaam steken en kan net als de larven bij beetpakken flink wriemelen om los te komen. De kever is bij uitkomen wit tot lichtgeel, net als de meeltor, en kleurt via kastanjebruin in ca. 1 week om naar zwart, wat langzamer dan de meeltor. Op een beetje vochtige bodem en bij temperaturen tussen de 25en 30 graden zullen de kevers snel eieren gaan leggen.

Als kweekbak is het meest geschikt een grote fauna bak of curver bak , een volglazen aquarium kan ook maar deze moet dan weer afgedekt worden daar de larven via de silikonen randen omhoog kunnen kruipen. En de bak dient voldoende te worden geventileerd. Geschikte maat is ongeveer 50x30x30 cm. De kweekbak dient op een beetje donkere plaats te staan , lukt dit niet dan kun je de zijkanten van de bak afplakken om deze te verduisteren. De vereiste temperatuur is c.a 30 graden dit kun je bereiken door er een warmte matje onder te leggen. Als bodembedekking neem je voor de helft zaagsel en de helft turf, een laag van 5 a 7 cm dik is voldoende en dit dan wel goed vochtig houden. Hierop leg je dan boomschors, liefst ruw en met veel kieren waar de wormen tussen kunnen kruipen, Kurk is hier ook geschikt voor evenals wilgenschors, flink vol leggen en het liefst de hele bodem bedekken zodat het vocht goed vastgehouden wordt.

Als voedsel geef je dan maïs en wortel en wat zacht geweekte honden- of kattebrokjes. Niet te veel in 1 keer want anders krijg je al snel schimmelvorming.

De duur van de cyclus bedraagt een 25 tal weken. Om de kweek te starten begin je met c.a. 30 a 40 net ontpopte kevers Deze leggen dan hun eieren af, meestal ergens tussen de ruwe schors, maar ook wel in de bodem. Na reeds een viertal weken kun je larven waarnemen. In het begin af en toe besproeien, om de zaak vochtig te houden, later blijft het door het toedienen van voedsel vanzelf vochtiger. Wanneer de larven ongeveer een 5 cm lang zijn, moet er een stronk vermolmd hout in de kweekbak worden aangebracht. Een blok piepschuim geeft ook goede resultaten. De larven, die aan verpoppen toe zijn,gaan zich in dit hout of piepschuim invreten en verpoppen er. Wanneer de kevers te voorschijn komen moet je die overbrengen naar een andere kweekbak en begint de volgende cyclus.

De larven zijn bijna een jaar te bewaren, zonder dat ze verpoppen, door ze te houden bij een temperatuur van 15° c in grof boomzaagsel. Bijvoeren met maïskolven en de zaak droog houden. Om te voeren kun je het beste de witte larves eruit zoeken, deze zijn net verveld en hiervan is de schaal nog niet zo hard, later zullen deze verkleuren naar bruin en donkerbruin. Ook de net uitgekomen kevers kun je voeren deze zijn eveneens wit maar zullen al snel verkleuren naar donkerbruin zwart, waarna ze bijna niet meer worden gegeten, ook scheiden deze kevers een onaangename geur af wanneer je ze vastpakt, het ruikt een beetje naar verkoold bakeliet.