Krekels

Krekels

Bij de meeste kameleonhouders zullen krekels het hoofdbestanddeel van het dagelijkse dieet zijn en juist daarover wil ik hier iets over schrijven. Natuurlijk is hierover ontzettend veel op het internet te vinden, hoe ze te kweken zijn en hoe je ze voert. Hier vertel ik echter mijn eigen ervaringen met deze tjirpende rakkers.

De meest bekende krekelsoort is de huiskrekel, maar daarnaast heb je ook nog de steppekrekel, de veldkrekel en de bandkrekel. Heel af en toe wordt er nog gesproken over de grottenkrekel, dit is een behoorlijk grote krekelsoort maar je ziet ze bijna nooit als aangeboden voedseldier.

Het allerbelangrijkste van het voeren van krekels is dat je ook je krekels voert! Wanneer je in een dierenwinkel een bakje krekels koopt en denkt: “dat zet ik mooi even weg en als ik het van de week nodig hebt dan kiep ik het in het terra wel leeg”, dan krijgt je dier dus niets binnen van enige voedingswaarde. Zoals zoveel insecten beginnen ze zich van binnen op te eten als er van buiten niets meer bij komt. Laat je pas aangekochte krekels dus niet in de krekelbakjes zitten.

Als huisvesting kun je voor een plastic bak (curverbox) kiezen, van minimaal 35 cm hoog voor de kleinste, en een van 50 cm voor de grootste. Neem plastic bakken met een ‘gladde’ binnenkant, hier kunnen de krekels dan niet over heen lopen. En ze springen er dus niet uit wanneer je het deksel eraf haalt. Je kunt in de bovenrand van de bak een aantal gaatjes rondom boren van een cm of 8 voor de ventilatie, nog beter is het als je met benzinegaas roosters in het deksel en de zijkant maakt voor de ventilatie. Vocht is funest voor de krekels en trekt ook mijt aan die in een mum van tijd je hele voorraad kan veranderen in een muffe natte brij.

Gezien het feit dat krekels nachtactieve insecten zijn, kun je de bak het beste verwarmen met een verwarmingsmatje of met een verwarmingskabel. Je kunt deze aansluiten op een thermostaat die je instelt op een temperatuur van 30°C, waardoor de temperatuur constant blijft! De optimale temperatuur om krekels te kweken ligt tussen de 28ºC en 33°C. Wanneer de krekels de juiste grootte als voedseldier hebben bereikt, kun je ze beter op een temperatuur van 21ºC tot 23°C houden. Het verouderingsproces zal dan minder snel verlopen en je krekels zullen zo langer ‘houdbaar’zijn.

Omdat krekels nogal kannibalistisch zijn, zeker wanneer ze niet het goede voer krijgen, is het belangrijk om naast een eiwitrijk voedsel aanbod een voldoende groot oppervlakte te creëren. Dit kan je heel makkelijk bereiken door wat eierdozen of wat wc-rolletjes in je bak te plaatsen. Houd dan wel wat plaats op het grondoppervlak over voor het waterbakje! Als voer geef ik een mix van kuikenmeel (0 tot 6 weken), bijenpollen, eiopfokvoer, onkruidzaden (voor vogels), steurkorrels, zevengranenmeel, paneermeel en zemelen. Van alles 1 deel en dat wordt gemalen in een keukenmachine, dit omdat ik gemerkt heb dat krekels eerder voer opnemen wat heel fijn is dan voedsel waar grovere stukjes inzitten. Ook doe ik er bij iedere mix een schep (eetlepel) gistocal doorheen. Als vocht geef ik krekelgel met toegevoegd calcium maar een schaaltje met wat bevochtigde keukenrol kan natuurlijk ook maar dit dien je dan weer eerder te verversen.

Wil je zelf gaan kweken dan is dit ook niet zo moeilijk, ik zet meestal een krekelbakje in de bakken met de volwassen krekels met wat vochtige potgrond of turf waar ze de eitjes in af kunnen zetten. Dit bakje laat ik twee dagen staan en vervolgens gaat dit in een aparte bak of emmer met deksel waarin gaatjes geprikt worden om het overtollige vocht kwijt te kunnen. Natuurlijk moet ook hier de temperatuur rond de 30 graden liggen en de bakjes dienen licht vochtig te worden gehouden. Dan komen na een dag of tien de eitjes uit en kun je ze overplaatsen in de volgende curverbox. Goed voeren en voorzien van vocht en ze zullen gestaag groeien, na een week of 8 is de cyclus rond en zijn ze volwassen.

De huiskrekel (Acheta Domesticus)
Dit is de meest verkochte krekelsoort, deze is middelmatig van grootte en bruin van kleur. Deze soort groeit echter van alle krekelsoorten het langzaamst, dit kan wel weer een voordeel kan als je ze voert aan bijvoorbeeld Rhampholeons of jonge dieren. Ontsnapte huiskrekels, de naam zegt het eigenlijk al, kunnen nog geruime tijd in leven blijven buiten het terrarium, in huis dus.

De Steppekrekel (Gryllus Assimilis)
Deze krekelsoort lijkt erg op de huiskrekels maar is iets intenser bruin, meer roodbruin maar met een andere tekening, hij is groter en heeft meer vlees. Deze soort maakt bijna geen lawaai en zijn niet zo springerig en snel als de huiskrekel, ze zijn wel wat moeilijker te houden, hebben meer behoefte aan vocht maar moeten ook weer niet te nat worden gehouden.

De veldkrekel (Gryllus Bimaculatus)
Dit is de grootste van de vier hier beschreven. Deze soort is een sterke, hij kan het langst zonder vocht, zijn makkelijk te kweken, groeien sneller en zijn lang niet zo gevoelig voor temperatuur- en luchtvochtigheidschommelingen. Dit is een soort die in grote delen van Europa voorkomt. De veldkrekel staat er om bekend dat hij ’s nachts wel eens aan de slapende dieren wil gaan knagen, het beste voer je deze dan ook uit de hand of in een bakje waar ze niet uit kunnen ontsnappen. Ook maken deze krekels het meeste lawaai, uiteraard alleen de mannelijke exemplaren en sommige terrariumhouders worden er knettergek van. Ik ben zelf inmiddels wel gewend aan het tropische geluid en vind het zelfs wel wat hebben.

De Bandkrekel (Gryllodes sigillatus)
Deze krekel lijkt het meest op de gewone krekel, maar deze soort heeft geen, of nagenoeg geen vleugels. Hoewel de normale huiskrekel ook zelden zal vliegen kunnen bandkrekels helemaal niet vliegen, in Duitsland worden deze krekels dan ook “Kurzflugel Grillen” genoemd. Over het achterlichaam zie je duidelijk ringetjes (bandjes) lopen, vandaar de naam. Het is wel een supersnelle krekel, die behoorlijk zenuwachtig kan doen en ook uitermate hoog kan springen in tegenstelling tot de steppe- en veldkrekels. Juist voor de reptielen waarvoor het jagen goed is zijn deze krekels dan ook zeer geschikt. Ze zullen echter ook niet vaak worden aangeboden.

Auteur: Hans Stolk