Dola's

Dola's

De Latijnse naam voor de rozenkever is de Pachnoda Marginata Peregrina. Er zijn meerdere soorten van de Pachnoda Marginata maar degene die als voedseldier dienen zijn dus de Peregrina, het verschil is uiteindelijk pas bij de kevers te zien. Waarom ze rozenkever heten mag joost weten, want uiteindelijk eten ze fruit.

Ik voer regelmatig de dola’s aan de kameleons, alhoewel niet ieder dier er van gediend is. De andere reptielen hier in huis, zoals de baardagamen, water- en zeilagamen zijn er dol op. Kameleons daar en tegen zijn nogal eens kieskeurig. Misschien ook wel omdat de larven nogal eens willen bijten. Als je ze zelf te stevig vast pakt dan merk je dat snel genoeg en willen ze graag in je vinger bijten.

De kevers zelf zijn puur voor de kweek en ook misschien te groot om te voeren. Andere bijkomstigheid is dat de kevers een bepaalde stof afscheiden die beslist niet aangenaam ruikt, een beetje naar bakeliet en dat ruikt zeker niet smakelijk. Natuurlijk is de grootte van de te voeren larve afhankelijk van de grootte van je kameleon. Ik bepoeder de larve voor ik ze geef ook met vitaminepreparaat.

Rozenkevers zijn fruitetende, circa 2 cm lang wordende kevers die heel goed in een klein terrarium te houden zijn, maar als je ze houdt om als voedseldier te kweken dan kan dat ook in curverbakken of faunabakjes bijvoorbeeld.

Ze leven voornamelijk in de tropen: in bossen, plantages en tuinen. Ze worden bijna uitsluitend als larve aangeboden. Deze larven verpoppen op een gegeven moment, waarna ze veranderen in de volwassen kever.

Ik houd de larven (dola’s) in faunabakjes met daarin een 10-20 cm dikke laag bodemsubstraat. Dit substraat kan bestaan uit een mengsel van oude potgrond en bladaarde. Je kunt er ook bladafval in verwerken. Neem hiervoor beuken- en/of eikenblad dat u laat drogen en fijnmaakt. Ook bosgrond (van onder een beuk of eik) is geschikt. Let op dat er geen dennennaalden inzitten. Hier kunnen de larven niet tegen. Zet de bak met larven op een plek waar het 20-25 graden is. Hoe hoger de temperatuur is, hoe sneller de larven groeien en hoe sneller u kevers heeft. Kamertemperatuur kan ook, maar dan duurt het wat langer voor ze verpoppen. De larven worden 4-5 cm lang. Houd het bodemsubstraat licht vochtig (ongeveer zoals verse potgrond uit de zak komt). Af en toe een beetje water op het substraat sproeien om te voorkomen dat het uitdroogt.

De rozenkeverlarven eten onder andere van het eiken- en beukenblad. Vermolmde stukjes eik of beuk worden ook gegeten. Leg bovenop de substraatlaag ook zo nu en dan een schijfje appel of wortel. Hiervan eten de larven. Niet te veel in eens anders krijg je snel schimmel in je bak, gewoon van tijd tot tijd aanvullen. Ook banaan gaat erin en het schijnt zelfs dat doperwten uit blik ook voldoen, maar dat heb ik tot nu toe nooit geprobeerd.

Wanneer het voedsel op een gegeven moment niet meer wordt gegeten dan gaan de larven zich verpoppen of zijn misschien al verpopt. Van ei tot pop duurt ongeveer 3-5 maanden. Dit is afhankelijk van de temperatuur. Haal dan het overtollige voedsel weg om rotting te voorkomen.

Het bodemsubtraat dien je in de tijd van het verpoppen ook licht vochtig te houden.Van pop tot kever duurt 1 a 2 maanden, ook weer afhankelijk van de temperatuur waarop u de poppen "bewaart". Wanneer de kevers uitkomen kun je ze natuurlijk het beste in een klein terra of doorzichtig bakje houden, ze zijn echt prachtig om te zien en zijn best actief.

De kevers houden van warmte en licht. Ik heb ze in een faunabakje met een voorgemonteerd lampje. Probeer de temperatuur in de bak rond de 25 graden te houden. Dit kun je regelen door een lampje van een hoger of lager wattage te proberen, eventueel in combinatie met een snoerdimmer. Ik laat het lampje 12 uur per dag branden en hier doen ze het prima op.

Leg op de bodem van de bak een circa 5-10 cm dikke laag van hetzelfde bodemsubstraat als je voor de larven gebruikte. Ook dit niet te nat of te droog houden. Lichtvochtig dus. Af en toe een beetje water sproeien om te voorkomen dat de boel uitdroogt. Zet een paar takjes in het bakje waarin de kevers kunnen klimmen. Zet een van de takjes zodanig dat deze in de buurt van het lampje uitkomt. Hierdoor kunnen de kevers, als ze daar behoefte aan hebben, zichzelf opwarmen tot een hogere temperatuur. Enkele stukjes schors o.i.d. op de bodem vinden de kevers prettig om onder te kruipen. Hier brengen ze dan de nacht door. Rozenkevers zijn dagactieve dieren.

Rozenkevers zelf eten rijp tot overrijp fruit. Met name banaan, kiwi, appel, druif, meloen, papaya, peer, sinaasappel, het gaat er allemaal in. Op kiwi zijn ze verzot, maar je bent er zo achter wat ze het liefste eten. Het fruit kun je het beste op een plat schaaltje of deksel van een krekelbakje leggen, wanneer je dit rechtstreeks op het bodemsubstraat legt gaat het snel schimmelen. Uitgedroogd fruit wordt ook niet gegeten dus regelmatig verversen is noodzaak. Het fruit van te voren even besproeien doet wonderen.

Mannetjes van rozenkevers hebben een gleuf aan de onderzijde van het achterlichaam die van voor naar achter loopt, vrouwtjes hebben dit niet en zo is het geslacht te onderscheiden. De paring kan best wel een paar uur in beslag nemen Het mannetje zit dan op het vrouwtje met het uiteinde van zijn achterlichaam tegen het hare. Enkele dagen na de paring gaat het vrouwtje op zoek naar een geschikte legplaats voor de eitjes. In het bakje met de kevers plaats ik een eilegbakje van 10-15 cm hoog met hierin een minstens 10 cm diepe laag bodemsubstraat. Een paar korrels koemest prikkelt de kevers om daar hun eieren in af te zetten. Houd het substraat in dit afzetbakje vochtig. Maak in de zijkanten en bodem ervan enkele gaatjes waardoor het overtollige vocht kan wegdampen en er wat verluchting in het substraat komt.

Een kever legt 1 tot 3 eitjes per dag. Elk vrouwtje legt in haar leven tussen de 30 en 80 eitjes. Haal het bakje met eitjes na ongeveer een maand uit het terrarium en vervang het voor een nieuwe. Zet het er uit gehaalde bakje weg bij een temperatuur van ongeveer 25 graden. Na ongeveer 14 dagen komen de eitjes uit en kun je de larfjes eruit pikken. En zo begint het verhaal weer van voren af aan. Laat niet te lang de kleine larven bij de overige eitjes zitten anders worden deze opgegeten. Ook zul je regelmatig het bodemsubstraat moeten vervangen waar de larven inzitten, anders wordt het substraat “arm” en zal helemaal vol uitwerpselen van de larven komen te zitten, dit is herkenbaar als kleine muizenkeutels in het substraat. Wanneer je de larven op verschillende temperaturen groot laat worden kun je dus zelf heel makkelijk voorkomen dat ze tegelijk gaan verpoppen, zo heb je dan altijd voldoende larven om te voeren. Mocht je er uiteindelijk teveel hebben dan kun je altijd de vogels in je tuin er mee verblijden.

Auteur: Hans Stolk